Werkgevers: ‘Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) maakt flex duurder’ - Arsenaal Flex Professionals

Werkgevers: ‘Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) maakt flex duurder’

17 april 2018

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) heeft maandag zijn Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) gepresenteerd. Kern van deze WAB is dat het kabinet het voor werkgevers aantrekkelijker wil maken om mensen in vaste dienst te nemen. Maar dat doet Koolmees door flex ‘duurder’ te maken, zo stellen kritische werkgevers.

De WAB is voor internetconsultatie vrijgegeven. De minister wil het wetsvoorstel voor de zomer naar de Raad van State sturen en daarna naar de Tweede Kamer. De meeste maatregelen waren eind vorig jaar al aangekondigd in een brief aan de Tweede Kamer.

Vast aantrekkelijker maken

Het kabinet wil onder meer de kloof tussen vaste contracten en flexibele arbeid verminderen. Er worden onder meer enkele regels uit de Wet Werk en Zekerheid teruggedraaid. Minister Koolmees komt in zijn concept wetsvoorstel met de volgende maatregelen:

  • Ontslag: ontslag wordt ook mogelijk als er sprake is van een optelsom van omstandigheden, de zogenaamde cumulatiegrond. Nu moet de werkgever aan 1 van de 8 ontslaggronden volledig voldoen. Deze nieuwe negende grond geeft de rechter de mogelijkheid omstandigheden te combineren. De werknemer kan een halve transitievergoeding extra krijgen (bovenop de transitievergoeding), wanneer de cumulatiegrond gebruikt wordt voor het ontslag
  • Transitievergoeding: werknemers krijgen vanaf de eerste dag recht op een transitievergoeding (ontslagvergoeding), ook tijdens de proeftijd.
    De opbouw van de transitievergoeding wordt verlaagd bij lange dienstverbanden.
    Er komt een regeling voor kleine werkgevers om de transitievergoeding te compenseren als ze hun bedrijf moeten beëindigen wegens pensionering of ziekte. Dit wordt verder uitgewerkt in aanvullende regelgeving.
  • Proeftijd: verlenging van de proeftijd voor vaste contracten van 2 maanden naar 5 maanden
  • Verlenging ketenbepaling; de opeenvolging van tijdelijke contracten (de ketenbepaling) wordt verruimd. Volgens de huidige Wet Werk en Zekerheid is het nu mogelijk om aansluitend drie tijdelijke contracten in twee jaar aan te gaan. Dit wordt drie jaar.
    Ook wordt het mogelijk om de pauze tussen een keten tijdelijke contracten (opvolgingsperiode) per cao te verkorten van zes naar drie maanden als er sprake is van terugkerend tijdelijk werk dat maximaal negen maanden per jaar kan worden gedaan.
  • Payroll: werknemers die op payrollbasis werken, krijgen dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die in dienst zijn bij de opdrachtgever, met uitzondering van pensioen waar een eigen regeling voor geldt. De definitie van de uitzendovereenkomst wordt niet gewijzigd.
  • Oproepkrachten: er worden maatregelen genomen om verplichte permanente beschikbaarheid van oproepkrachten te voorkomen. Zo moet een werknemer minstens vier dagen van tevoren worden opgeroepen door de werkgever. Ook houden oproepkrachten recht op loon als het werk wordt afgezegd. De termijn van vier dagen kan bij cao worden verkort tot een dag.
  • WW-premie; de WW-premie wordt voor werkgevers voordeliger als ze een werknemer een vaste baan aanbieden in plaats van een tijdelijk contract. Nu is de hoogte van de WW-premie afhankelijk van de sector waar een bedrijf actief in is.

Werkgevers: flex wordt duurder

VNO-NCW en MKB Nederland zijn in hun eerste reactie bepaald niet positief over de het wetsvoorstel WAB. Volgens werkgeversorganisatie VNO-NCW missen de plannen juist balans. Volgens de werkgeversorganisaties wordt ‘het werkgeverschap hiermee niet aantrekkelijker’. “Alle vormen van tijdelijke arbeid worden duurder en in sectoren die hier afhankelijk van zijn onhanteerbaar”. Ze spreken van een ‘onevenwichtige uitwerking van het regeerakkoord’. ‘De ruimte voor tijdelijke arbeidsrelaties, waarvan het belang in het regeerakkoord nog werd onderkend, wordt zo verder dichtgeschroeid’, zo concluderen de werkgevers.

Over de verlenging van de ketenbepaling van tijdelijke contracten naar drie jaar zegt VNO-NCW bijvoorbeeld dat dit ‘te weinig om het lijf heeft wanneer tijdelijke contracten duur en niet goed toepasbaar worden gemaakt.’

Volgens de werkgeversorganisaties zijn de voorstellen ook slecht voor werkgevers met seizoens- en piekwerk. ‘De voorgestelde premiedifferentiatie WW zorgt ervoor dat de loonkosten van onder meer tijdelijke en oproepkrachten fors duurder worden, zonder dat werknemers er zelf van profiteren. Het recht op transitievergoeding vanaf dag één komt daar nog eens bij’, zo stelt VNO-NCW.
Daarbij komt dat het beperken van de mogelijkheden om gebruik te maken van oproepkrachten sectoren als de horeca, detailhandel en landbouw zullen treffen, zo verwachten de werkgevers.

Verder stellen de werkgeversorganisaties vast dat payroll verder wordt ingeperkt dan eerder (in het regeerakkoord, red.) is aangekondigd.

Abeidsmarkt vraagt om flexcontracten

Volgens de werkgeversorganisaties sluiten de maatregelen die minister Koolmees voorstelt niet aan bij de ontwikkeling van de arbeidsmarkt. In hun ogen wordt ‘het vaste contract te veel als uitgangspunt gezien.’ In de moderne economie passen volgens hen ook andere contractvormen. Koolmees wil werknemers meer zekerheid bieden door hen naar een vast contract te loodsen, een verkeerde benadering zo stellen de werkgevers. ‘Zekerheid voor werkenden is niet alleen afhankelijk van de contractvorm, maar juist ook van mobiliteit op de arbeidsmarkt en investeringen in de ontwikkeling en inzetbaarheid van medewerkers.’

Bron: Flexmarkt/ANP/VNO-NCW/rijksoverheid